Heftruckgebruik en ongevallen

In bijna elk bedrijf wordt gebruikgemaakt van interntransportmiddelen voor het verplaatsen van goederen, vooral in de productie- en magazijnomgeving.

Home>Aan de slag>Heftruckgebruik en ongevallen

Algemene eisen

Voor deze mobiele arbeidsmiddelen gelden de uit de Arbowetgeving bekende algemene eisen voor onderhoud, keuring, lastaanduiding en deskundig gebruik. Zo moeten gebruikers minimaal 16 jaar oud zijn en mogen zij de heftruck op die leeftijd alleen onder deskundig toezicht en voldoende geïnstrueerd besturen. De chauffeur moet ook bekend zijn met de bediening en het bedrijfsverkeersreglement.

De werkgever is verantwoordelijk voor de invulling van de inhoud en uitvoering van deze deskundigheid. De gebruiker – de werknemer – is op zijn beurt verplicht de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen voor zijn eigen en andermans veiligheid en is verplicht instructies op te volgen. Te denken valt hierbij aan gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals de veiligheidsgordel, en deelname aan instructie en onderricht.

Ongevallen met heftrucks

Toch staan ongevallen met heftrucks op de vierde plaats van oorzaken van ongevallen op de werkvloer. De top-5 van oorzaken van de ongevallen tussen heftruck en voetganger:

  • De chauffeur heeft de voetganger niet gezien
  • De voetganger is ergens aanwezig waar hij niet wordt verwacht
  • Falende infrastructuur. Dat kan inhouden dat er geen scheiding is van voetgangers en heftrucks, maar ook dat infrastructuur onlogisch en onoverzichtelijk is
  • Slecht audiovisueel contact: de voetganger hoort en ziet de truck niet aankomen
  • De chauffeur heeft het voertuig niet goed onder controle; hij kan de voetganger niet meer ontwijken of op tijd stoppen. Dat kan komen door afleiding, zijn fysieke gesteldheid, maar zeer zeker kan het liggen aan zijn gedrag en onvoldoende opleiding.

Werken aan alle oorzaken

Volgens analyse van RIVM en advies- en ingenieursbureau RPS (Ongevallen bij gebruik van heftrucks, 2012-2014)* is het mogelijk om het aantal ongevallen te laten dalen met 35 procent als aan alle oorzaken tegelijk wordt gewerkt.

Onveilig werken en gedrag

Onveilig werken en gedrag van zowel chauffeurs als van voetgangers blijken belangrijke oorzaken van ongevallen te zijn. Om het aantal ongevallen te verminderen, moet echter ook wel worden gekeken waaróm de chauffeur niet veilig werkt. Redenen kunnen zijn een verkeerde werkmethode, onderschatting van de gevaren, te hoge werkdruk, verkeerde aanwijzingen en de cultuur van het bedrijf – er wordt immers toch niet op gelet.

Om hier iets aan te doen, is meer nodig dan alleen goede trainingen en opleidingen; het gaat ook om een goede veiligheidscultuur, zoals ook is beschreven in het thema gedrag en cultuur. Werknemers moeten voldoende ruimte krijgen om daadwerkelijk veilig te kunnen werken, door onder meer een goede werkomgeving, voldoende en goede instructie, veilige infrastructuur, goede heftrucks, de juiste mobiele arbeids- en hulpmiddelen, een realistische planning, veiligheidsbewustzijn van teamleiders, goed voorbeeldgedrag en het naleven en handhaven van veilig gedrag en veiligheidsvoorschriften.

Dit begint bij bewustwording van de risico’s in de werkomgeving, bij het eigen onveilige gedrag en bij de andere factoren die op dit gedrag invloed hebben. Bewustwording wordt gecreëerd door instructie, opleiding en communicatie. Vervolgens draait het om veranderen van gedrag  en overtuigingen. Dit moet inslijten. Er moet voortdurend worden gewaakt voor terugval op oude routines en gewoonten. Het duurt weken om nieuw gedrag geautomatiseerd en overtuigingen geïnternaliseerd te krijgen, maar ook als het nieuwe, veiliger gedrag is geïntegreerd, is het nodig om te blijven werken aan het ontwikkelen van veilig gedrag, want veiligheid is nooit ‘af’.

Veelgestelde vragen

Volgens artikel 7.17c lid 1 van het Arbobesluit moet de werknemer beschikken over een specifieke deskundigheid voor de bediening van dit arbeidsmiddel en is de werkgever hiervoor verantwoordelijk. De heftruckchauffeur moet dus wel worden opgeleid.

De gebruiker moet bekend zijn met de bediening van de machine en de aard van de werkzaamheden. Kort gezegd moet hij machinegericht, werkgerelateerd en aantoonbaar zijn geïnstrueerd. Dat houdt in dat hij moet zijn opgeleid voor de machine waarmee hij gaat werken en dat een certificaat dat zou kunnen aantonen.

Of een chauffeur deskundig is, blijkt bijvoorbeeld uit zijn vaktechnische vaardigheden, zoals het positioneren van de truck, het positioneren van de pallet in een stelling en het laden van de vrachtauto, maar ook of hij theoretische kennis heeft en of hij de verkeers- en voorrangsregels kent bij u in het bedrijf, zoals de maximale rijsnelheid, de rijroutes en de onderhoudsverantwoordelijkheden.

In de Code Gezond en Veilig Magazijn wordt extra nadruk gelegd op gedrag; hoe veiligheidsbewust is de chauffeur en is hij daarin opgeleid?

Er is geen wettelijke herhalingstermijn. Bij een groot deel van het bedrijfsleven en de meeste opleiders is draagvlak voor de ongeschreven wet dat om de vijf jaar herhalen van de interntransportopleiding noodzakelijk is om kennis, veiligheidsbewustzijn en vaardigheid op peil te houden.

Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid, die moet worden gedragen door werkgever en werknemer: om gezond en veilig te kunnen werken, is de werkgever verplicht om te voorzien in voorlichting en moet de werknemer daaraan deelnemen. De werkgever bepaalt in welke vorm de voorlichting wordt gegeven en faciliteert deze.

Als alle aspecten worden behandeld die een persoon in staat stelt om zijn of haar taak uit te oefenen. Zeer belangrijk is dat instructies zich niet beperken tot het verschaffen van informatie, maar dat er ook wordt getoetst en gehandhaafd.

Ja, dat mag. Het opleiden van interntransportmedewerkers is echter vakwerk en kan niet zomaar door de eerste de beste worden gedaan. De instructeur moet een gedegen en deskundig gegeven instructie (onderricht) hebben gevolgd om als bedrijfsinstructeur eigen personeel op te leiden.

Nee, dat mag hij of zij niet zomaar. Een medewerker moet machine- en werkgericht zijn opgeleid. Het is evengoed belangrijk dat een transportmiddel niet voor andere doeleinden wordt ingezet dan waarvoor het is ontworpen. Daarom is het opleiden en handhaven van medewerkers ook zo belangrijk. Als een transportmiddel voor andere doeleinden wordt ingezet, kan het goed zijn dat hierbij nieuwe risico’s ontstaan waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen. Een voorbeeld van oneigenlijk gebruik is het optillen van mensen met een heftruck op de vork.

De maximum snelheid die je met een (hef)truck mag rijden is volledig afhankelijk van de omstandigheden zoals; omgeving, type /merk truck, type banden, soort last op de vorken, zicht, ander verkeer, e.a. Bepaal voor jouw specifieke situatie de maximum snelheid, leg deze vast in verkeersregels en breng alle medewerkers op de hoogte. Zorg daarnaast vooral voor goede rijvaardigheid en dat snelheden aangepast worden aan de omstandigheden en dat hier dagelijks aandacht voor is.

Dat mag vanaf 16 jaar, maar tot de chauffeur 18 jaar is, mag hij of zij uitsluitend werken onder deskundig toezicht. Door het gemis aan ervaring is deze leeftijdsgroep namelijk altijd een potentiële risicogroep. Zelfs als de 16 of 17-jarige wél de opleiding heeft gehad is het niet aan te raden hem of haar zelfstandig te laten werken.

Het deskundig toezicht moet de eventuele gevaren die de werkzaamheden met zich meebrengen voldoende ondervangen. Het deskundig toezicht moet zo zijn georganiseerd dat de gevaren, die op grond van volgens de Arbowet voorgeschreven RI&E aan die werkzaamheden zijn verbonden, voor jeugdige werknemers, worden voorkomen.

Handige links

Ambassadeurs

Deze bedrijven nemen al deel aan de code. Bekijk de volledige lijst.

Ook ambassadeur worden?

Samen werken aan gezonde en veilige magazijnen in Nederland

Ja, graag!