FAQ

Veelgestelde vragen over de veiligheid in uw magazijn

Heftruck

Volgens artikel 7.17c lid 1 van het Arbobesluit moet de werknemer beschikken over een specifieke deskundigheid voor de bediening van dit arbeidsmiddel en is de werkgever hiervoor verantwoordelijk. De heftruckchauffeur moet dus wel worden opgeleid.

De gebruiker moet bekend zijn met de bediening van de machine en de aard van de werkzaamheden. Kort gezegd moet hij machinegericht, werkgerelateerd en aantoonbaar zijn geïnstrueerd. Dat houdt in dat hij moet zijn opgeleid voor de machine waarmee hij gaat werken en dat een certificaat dat zou kunnen aantonen.

Of een chauffeur deskundig is, blijkt bijvoorbeeld uit zijn vaktechnische vaardigheden, zoals het positioneren van de truck, het positioneren van de pallet in een stelling en het laden van de vrachtauto, maar ook of hij theoretische kennis heeft en of hij de verkeers- en voorrangsregels kent bij u in het bedrijf, zoals de maximale rijsnelheid, de rijroutes en de onderhoudsverantwoordelijkheden.

In de Code Gezond en Veilig Magazijn wordt extra nadruk gelegd op gedrag; hoe veiligheidsbewust is de chauffeur en is hij daarin opgeleid?

Er is geen wettelijke herhalingstermijn. Bij een groot deel van het bedrijfsleven en de meeste opleiders is draagvlak voor de ongeschreven wet dat om de vijf jaar herhalen van de interntransportopleiding noodzakelijk is om kennis, veiligheidsbewustzijn en vaardigheid op peil te houden.

Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid, die moet worden gedragen door werkgever en werknemer: om gezond en veilig te kunnen werken, is de werkgever verplicht om te voorzien in voorlichting en moet de werknemer daaraan deelnemen. De werkgever bepaalt in welke vorm de voorlichting wordt gegeven en faciliteert deze.

Als alle aspecten worden behandeld die een persoon in staat stelt om zijn of haar taak uit te oefenen. Zeer belangrijk is dat instructies zich niet beperken tot het verschaffen van informatie, maar dat er ook wordt getoetst en gehandhaafd.

Ja, dat mag. Het opleiden van interntransportmedewerkers is echter vakwerk en kan niet zomaar door de eerste de beste worden gedaan. De instructeur moet een gedegen en deskundig gegeven instructie (onderricht) hebben gevolgd om als bedrijfsinstructeur eigen personeel op te leiden.

Nee, dat mag hij of zij niet zomaar. Een medewerker moet machine- en werkgericht zijn opgeleid. Het is evengoed belangrijk dat een transportmiddel niet voor andere doeleinden wordt ingezet dan waarvoor het is ontworpen. Daarom is het opleiden en handhaven van medewerkers ook zo belangrijk. Als een transportmiddel voor andere doeleinden wordt ingezet, kan het goed zijn dat hierbij nieuwe risico’s ontstaan waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen. Een voorbeeld van oneigenlijk gebruik is het optillen van mensen met een heftruck op de vork.

De maximum snelheid die je met een (hef)truck mag rijden is volledig afhankelijk van de omstandigheden zoals; omgeving, type /merk truck, type banden, soort last op de vorken, zicht, ander verkeer, e.a. Bepaal voor jouw specifieke situatie de maximum snelheid, leg deze vast in verkeersregels en breng alle medewerkers op de hoogte. Zorg daarnaast vooral voor goede rijvaardigheid en dat snelheden aangepast worden aan de omstandigheden en dat hier dagelijks aandacht voor is.

Dat mag vanaf 16 jaar, maar tot de chauffeur 18 jaar is, mag hij of zij uitsluitend werken onder deskundig toezicht. Door het gemis aan ervaring is deze leeftijdsgroep namelijk altijd een potentiële risicogroep. Zelfs als de 16 of 17-jarige wél de opleiding heeft gehad is het niet aan te raden hem of haar zelfstandig te laten werken.

Het deskundig toezicht moet de eventuele gevaren die de werkzaamheden met zich meebrengen voldoende ondervangen. Het deskundig toezicht moet zo zijn georganiseerd dat de gevaren, die op grond van volgens de Arbowet voorgeschreven RI&E aan die werkzaamheden zijn verbonden, voor jeugdige werknemers, worden voorkomen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Als blijkt uit de RI&E dat er een risico bestaat op overrijden van de voet, of bijvoorbeeld een risico dat er artikelen uit een stelling vallen, dan is in een magazijn waar zowel rijdende interntransportmiddelen als voetgangers aanwezig zijn, het dragen van veiligheidsschoenen verplicht. Let op: hiervoor gelden geen uitzonderingen, de regel geldt ook voor kantoorpersoneel, bezoekers of iemand die ‘even snel’ iets uit het magazijn wil pakken.

In beginsel is hier geen verplichting toe. Los van het feit dat een truck zich niet laat tegenhouden door een lijntje, is het meer dan raadzaam om het dragen van veiligheidsschoenen in alle gevallen verplicht te stellen en te faciliteren in uw magazijn.

Er is geen wettelijke verplichting tot het dragen van een veiligheidshesje, maar het is wel een noodzakelijke aanvulling op het creëren van een zo veilig mogelijk magazijn. Denk hierbij ook aan bezoekers en uitzendkrachten.

Als het interntransportmiddel is voorzien van een veiligheidsgordel, is de werknemer verplicht de gordel te gebruiken. Als een chauffeur regelmatig de truck moet verlaten, kan het gebruik van de veiligheidsgordel onhandig zijn en het werk belemmeren. Het is dan de overweging waard om het risico van bekneld raken bij kantelen op een andere manier te minimaliseren. Dit kan door het aanbrengen van beugels of poorten of door het uitrusten van de truck met een cabine. Deze afweging zal een onderdeel in de RI&E moeten vormen.

Verkeersplan

Een verkeersplan is een middel voor een werkgever om te voldoen aan de verplichting te voorzien in een veilige en gezonde werkomgeving. Een verkeersplan is niet expliciet verplicht gesteld in de wetgeving, maar het is een onmisbaar onderdeel van de borging van veiligheid in elke werkomgeving met (intern) transport.

In de Arbowet staan geen specifieke regels voor belijning, ook niet over bijvoorbeeld kleur- en materiaalgebruik. Goede belijning en vloermarkeringen zijn echter van groot belang. Ze brengen structuur aan en orde in uw magazijn. Een gestructureerde werkplek leidt tot overzicht, rust en focus. Een niet onbelangrijke bijkomstigheid is dat het op termijn ook de productiviteit verhoogt.

Keuren van stellingen

Arbeidsmiddelen – dus ook stellingen – moeten volgens het Arbobesluit worden gekeurd voordat ze in gebruik worden genomen en na een beschadiging, bijvoorbeeld doordat een heftruck ertegenaan is gereden.

De werkgever is verantwoordelijk voor het inrichten van een veilige werkplek; het is dus aan te raden om stellingen in magazijnen waar rijdende transportmiddelen worden gebruikt, regelmatig te laten keuren door een deskundige. Na een schade of aanrijding moet de werkgever beoordelen of veilig werken nog mogelijk is. Als dat niet het geval is, moet de werkgever actie ondernemen en een deskundige raadplegen. Dat kan een keuringsinstantie zijn, of de leverancier van de stellingen.

Ja, mits deze eigen werknemer deskundig en controleerbaar is opgeleid.

Mis je een vraag of wil je meer informatie?

Laat het ons weten

Naar contact