BLOG

Taalbarrière vormt risico voor veiligheid op de werkvloer

Gepubliceerd op: 5 januari 2023

5-1-2023  Anderstaligen goed opleiden om in een omgeving met gevaarlijke stoffen te werken, kost geld en veel tijd. Tegelijkertijd zien bedrijven dat deze werknemers na een paar maanden soms weer vertrekken. De bereidheid om in deze groep te investeren is er bij een deel van de bedrijven wel. Maar andere ondernemers steken er beduidend minder tijd en geld in, met alle risico’s van dien.

Bedrijven met gevaarlijke stoffen willen graag anderstaligen zo goed mogelijk op weg helpen op de werkvloer, maar worstelen vaak met de communicatie. Ook zien ze vaak op tegen de hoge kosten van goede scholing voor deze groep medewerkers, mede omdat het verloop onder hen erg hoog is. Dat blijkt uit een onderzoek van evofenedex, dat is gedaan onder ruim honderd bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Het onderzoek werd uitgevoerd door Didier Veldman, student integrale veiligheidskunde bij Avans Hogeschool in ’s Hertogenbosch. Hans Stegeman, projectmanager gevaarlijke stoffen bij evofenedex, begeleidde hem daarbij. “We zagen tijdens bedrijfsbezoeken dat er leden zijn die met het probleem van anderstaligen worstelen”, vertelt Veldman.

“Zo kwamen we bij een internationale groothandel die meerdere magazijnen en buitenlandse medewerkers heeft. Bezoekers krijgen bij het naar binnengaan van het magazijn veiligheidsinstructies, net als medewerkers. Het bedrijf had medewerkers uit het oosten van Europa in dienst, maar liep tegen taalbarrières aan. Ook in gesprekken met andere bedrijven en op bijeenkomsten met leden kwam dat probleem naar voren. Communiceren blijkt gewoon lastig. Dat hebben we in het onderzoek breder getrokken naar anderstaligen uit de hele wereld.”

Tekst gaat verder onder de foto

Vragenlijst

De bedrijven die meededen aan het onderzoek kregen een vragenlijst voorgelegd, waarin onder meer werd gevraagd of er bij hen mensen werken die de Nederlandse of Engelse taal niet machtig zijn. “Zo’n veertig procent antwoordde dat ze inderdaad medewerkers in dienst hebben die deze talen niet machtig zijn”, aldus Veldman. “Negentig procent van hen was afkomstig uit Oost-Europa. Van die groep was 63 procent binnengekomen via een uitzendbureau. Op de vraag hoe de bedrijven met deze medewerkers communiceren, antwoordde een op de vijf dat te doen met handen en voeten. Andere bedrijven gaven als antwoord dat in het Engels en heel soms in de moedertaal te doen.”

Een deel van de ondervraagde bedrijven is erg actief met het zoeken naar oplossingen, zo ontdekte Veldman. “We spraken iemand die een medewerkster op kantoor heeft, die de Oekraïense en Nederlandse taal machtig is. Toen een groep mensen uit Oekraïne daar kwam werken, is zij ingezet om te helpen bij de trainingen om te vertalen en te toetsen. Want belangrijk is dat medewerkers getoetst worden om te controleren of ze de veiligheidsinstructies daadwerkelijk hebben begrepen. Ook bij andere bedrijven zien we dat landgenoten die al langer werkzaam zijn, naar voren worden geschoven om te helpen de stof te vertalen.”

Verantwoordelijkheid

Naast communicatieproblemen is het vaak ook onduidelijk wie er verantwoordelijk is voor een training. “Soms denken werkgevers dat het uitzendbureau daar verantwoordelijk voor is en andersom. Kortom, dat geeft ruis en daarmee gevaar”, aldus Veldman. “We hebben dat verder uitgezocht en het blijkt dat het uitzendbureau verantwoordelijk is voor persoonlijke beschermingsmiddelen. Het bedrijf waarvoor de uitzendkracht aan de slag gaat, is verantwoordelijk voor de juiste veiligheidsinstructies. Immers, het bedrijf weet exact waar de risico’s liggen op het gebied van veilig werken met bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen.”

“Een op de vijf bedrijven communiceert met handen en voeten”

Didier Veldman, evofenedex

Toch blijft een deel van de bedrijven achter bij het goed instrueren van anderstalige werknemers. “Daar hebben ze verschillende redenen voor”, aldus Veldman. “Het kost een hoop geld om een tolk in te huren voor een training of cursus. Bovendien lieten de ondervraagden weten dat het verloop onder de groep anderstalige werknemers hoog is en dat een deel van hen na enkele maanden alweer vertrokken is. Om dan fors in hen te investeren is dan een lastige keus.

Toch moet dat volgens alle regels en wetgeving wel. Volgens het ADR moeten werknemers een training hebben gehad, waarin de algemene bewustwording van veiligheid gerelateerd aan de functie centraal staat. Ook de Arbowetgeving rept over passende instructies. Alle bedrijven weten dat het moet, maar worstelen ermee.

Toolbox

Veldman denkt dat een toolbox een handvat kan bieden. “Bedrijven willen wel, maar zoeken naar wegen hoe. Iets laagdrempeligs als een toolbox met daarin bijvoorbeeld een poster met ideeën en oplossingen kan helpen. Maar het blijft lastig, omdat veel functies uniek zijn en niet te vangen zijn in een standaardinstructie. Bedrijven zullen echt zelf aan de slag moeten om hun instructie- en opleidingsmodel op orde te krijgen. Het gebeurt nu nog te vaak dat werknemers zonder instructies de werkvloer worden opgestuurd, met alle gevolgen van dien.”

Naast het communicatieaspect is er ook nog eens een verschil in werkcultuur. Veldman: “Waar Nederlanders vaak denken aan de regels en hun eigen veiligheid, zijn Oost-Europeanen veel meer gericht op het woord van de manager. Ik ken een voorbeeld van een Poolse werkneemster die in haar gewone kleren een lekkend vat vasthield om te voorkomen dat het verder zou vallen. Ontzettend schadelijk en gevaarlijk, maar vanuit haar arbeidsethos begrijpelijk. Ook daar moeten we in de instructies aandacht voor hebben.”

Bekijk het originele artikel op evofenedex.nl >>

Delen

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Blijf continu op de hoogte van de laatste ontwikkelingen via onze nieuwsbrief.

Recente blogs

  • 5 januari 2023

    Lees verder
  • 6 december 2022

    Lees verder
  • 14 november 2022

    Lees verder